In de horrorhoek #1: De verbeelding van een kind – Ik ben er niet trots op, maar het is mij onlangs weer overkomen. Je kent het vast wel: je staat klaar om gepakt en gezakt naar dromenland te vertrekken en knipt het licht uit, alvorens je bed in te duiken. Nog één keer kijk je rond in je nu door sinistere schaduwen overheerste kamer en plots slaat je hart een handvol slagen over. Staat er nu iemand in de hoek? Zit er een inbreker in mijn zetel? Waar komt die wel erg veel op een pikhouweel lijkende schaduw boven mijn hoofd vandaan? Even het licht weer aandoen, zorgt voor drie ontnuchterende antwoorden: een jas aan de kapstok, een stapel achteloos op elkaar gegooide T-shirts en het licht van mijn internetmodem dat spelletjes speelt met de Lara Croft figurine die er voor staat. De volwassene in me neemt langzaam het roer weer over, maar even – heel even – was ik weer een kind.

Verbeelding. Het is en blijft één van de fundamentele hoekstenen van het horrrorgenre. Niets is zo eng als dat waar de mens – in wezen toch een uiterst pervers, gewelddadig creatuur – zelf in zijn achterhoofd op kan komen. Dat is meteen ook de reden dat zoveel hedendaagse horrorfilms de mist ingaan. Nu ze met CGI-beelden monsters in beeld kunnen brengen, doen vele regisseurs dat ook. Met als gevolg de immer gevreesde uncanny valley, oftewel een stemmetje in het achterhoofd dat je vol overtuiging influistert: “Dit is niet echt.” Vroeger gingen filmmakers veel spaarzamer om met belichting, alsook inventiever met hun camera’s, allemaal om de griezel in kwestie – die er vaak behoorlijk fake uitzag – aan het oog te onttrekken. Het gevolg? Je hersenen worden aan het werk gezet en creëren iets werkelijk angstaanjagends.

Kinderen zijn vanzelfsprekend een stuk ontvankelijker voor dit soort fantasieën. Er is een reden dat de titulaire windelverzamelaar uit The Mummy me vroeger de stuipen op het lijf joeg, terwijl ik van die film vandaag eerder stuiptrekkingen van het lachen krijg. Kinderen zien al hele werelden in de rondwervelende room die moeder net in hun bord soep gegoten heeft, dus je kan al raden wat er gebeurt wanneer vaderlief het licht in de slaapkamer uitdoet en de deur op een kier zet. De schaduwen rondom je slaapplek komen als het ware tot leven, het monster onder je bed roert zijn lelijke hoofd en zijn collega in de kast maakt zich op om met zijn vervaarlijke klauwen over de houten deur te krassen. Je leert snel genoeg dat dit soort onzin zich enkel in je hoofd afspeelt en verliest daarmee een stukje van jezelf. Eén game brengt dat stukje terug.

Among the Sleep. Je hebt de trailers de voorbije jaren vast wel zien passeren; een enkeling heeft zich misschien zelfs tot een aankoop laten overhalen. Dat hoop ik alleszins. De game is op zijn eigen manier briljant, zowel wat het achterliggende concept betreft als de toewijding om datzelfde concept in elk detail tot uitvoering te brengen. Among the Sleep was best een gewaagde zet voor de Noorse ontwikkelaar Krillbite Studios. Het is in de kern immers niet meer dan een wandelsimulator met puzzelelementen en een occasionele dreiging. Wat de ervaring echter zo speciaal maakt, is de hoofdpersoon. Je beleeft Among the Sleep namelijk niet door de ogen van een ervaren marinier met gespierde bovenarmen en een geruststellende AK-47 in de handen, maar als een twee jaar oude peuter die ’s nachts uit zijn kribbe ontsnapt.

blank

En Krillbite doet er werkelijk alles aan om je effectief de illusie toe te eigenen dat je weer een jong kind bent. Het zit hem vaak in de kleine dingen. Uiteraard wandel je als baby erg traag en onzeker, terwijl je op vier ledematen iets sneller uit de hoek komt. Uiteraard ziet de wereld er vanop een halve meter hoogte heel anders en een stuk angstaanjagender uit. Maar de details zijn heel wat subtieler en slagen erin om de ervaring zonder al te veel moeite aan je te verkopen. Zo kan een tweejarige peuter uiteraard niet lezen, waardoor elk stukje tekst in de wereld van Among the Sleep vervangen werd door een reeks bizarre, nietszeggende symbolen. Wie de game pauzeert, zal merken dat de uit de kluiten gewassen baby zijn handen voor zijn gezicht brengt, als om in een ultieme wanhoopspoging de horror rondom hem buiten te sluiten.

Verdorie, de game heeft zelfs een teddybeerknop. Als dat niet getuigt van een absoluut geloof in eigen kunnen, weet ik het ook niet meer. Op vierkantje drukken, zorgt er volgens de in-game handleiding voor dat je je teddybeer een stevige knuffel geeft, wat zich zou moeten vertalen in een “veiliger gevoel”. Sceptisch probeerde ik het trucje uit wanneer Among the Sleep uitpakte met zijn eerste duistere scene, om vervolgens tot mijn verbazing te merken dat het pluche ding licht begon uit te stralen en er zo inderdaad in slaagde om mij tot meer zelfzekerheid aan te sporen. Zoals ik al zei: het zit hem in de kleine dingen. Wat maakt het uit dat de graphics niet helemaal optimaal zijn, de puzzels niet zo moeilijk en de speelduur aan de korte kant? Als je je unieke concept zo weet aan te kleden, kan ik daar enkel bewondering voor hebben.

blank

Ook het level design in Among the Sleep trok mij zonder al te veel problemen over de streep. Je trekt achtereenvolgens door je ouderlijke huis, een speeltuin, een bos en de kast (don’t ask), maar elke dagdagelijkse omgeving is op heerlijke wijze vervormd en uitgerekt. Je kruipt rond in een surreële wereld waar Dali zijn petje voor zou afnemen, elk spelelement zodanig uitgewerkt dat het past binnen het perspectief van een tweejarige peuter. Strategisch geplaatste jassen met lege laarzen eronder worden monsterlijke stalkers, een glijbaan een gruwelijke afdaling in de nietsontziende abyss. Ook de twee wezens die je naar het leven staan – de één een wat aftandse Slenderman kloon, de ander een groteske schaduw die op geluid reageert – zijn zorgvuldig opgebouwd en zorgen op de juiste momenten voor kippenvel.

Is Among the Sleep doodeng? Nee, natuurlijk niet. Het is een surreële trip door de dromen en nachtmerries van een klein kind, dat in de marge stil getuige is van enkele maatschappelijk alomtegenwoordige thema’s als scheiding en alcoholisme. Among the Sleep is een spel dat mij op het puntje van mijn stoel zette, maar mij vooral wist te raken met de eenvoudige onschuld van een peuter. Diezelfde onschuld die wij ooit allemaal bezaten. Diezelfde onschuld die we – al dan niet bewust, al dan niet vrijwillig – kwijtspeelden wanneer we oud genoeg werden om te spreken, te denken en anderen te kwetsen. Iedereen is een leeg blad wanneer hij/zij ter wereld komt, een blad waarop nog getekend moet worden. Among the Sleep wéét dat en handelt ernaar. En horror dat op gepaste wijze een punt weet te maken, is horror op zijn allerbest.