In de horrorhoek #3: Gevonden beeldmateriaal – Als horrorcritici de voorbije jaren hun pijlen op een bepaald slachtoffer gericht hebben, dan is het wel op het subgenre dat fans liefkozend “found footage” noemen. Voor wie het nu in Keulen hoort donderen: met die term bedoel ik films gemaakt met een handheld camera en een laag budget, die in de beste gevallen zo in elkaar gestoken zijn dat het lijkt alsof je naar beelden uit de realiteit aan het kijken bent. Found footage zien we in allerlei genres opduiken, maar wordt vooral gebruikt als uitgangspunt in een klein legertje griezelfilms. Het principe is eenvoudig: enkele ongelukkige zielen komen op verdachte wijze aan hun einde, slagen erin om hun laatste momenten op film vast te leggen en dat materiaal wordt later zogezegd teruggevonden en getransporteerd naar het witte doek. Het is uitermate cliché, wordt overmatig gebruikt en weet lang niet altijd te overtuigen… maar eerlijk? Ik kan er geen genoeg van krijgen.

Het heeft lang genoeg geduurd; tijd om ervoor uit te komen. Ik ben een found footage fan en dus lid van wat langzaam maar zeker een uitstervende diersoort dreigt te worden. En hoewel ik het genre tot op de dag van mijn dood zal blijven verdedigen, moet ik ook gewoon toegeven dat ik begrijp waarom mensen die beweren dat horror een stille dood aan het sterven is met een beschuldigende vinger richting dat zogenaamd gevonden beeldmateriaal wijzen. Er zijn namelijk ontiegelijk veel barslechte found footage films in omloop – films die het amper waard zijn om op YouTube te bekijken, laat staan op een DVD te branden. Logisch ook dat het genre slechte filmmakers aantrekt. Iedereen en zijn grootmoeder kan immers een found footage horrorfilm in elkaar steken. Alles wat je nodig hebt, is een camera (lees: een smartphone) en een handvol mensen die enkele dagen willen meedraaien in je persoonlijke fantasie.

Geen enkel subgenre produceert op jaarlijkse basis zoveel vuilnis als found footage. En toch blijf ik bij mijn standpunt en zal ik altijd het format de hemel in prijzen. Als alle puzzelstukjes immers op de juiste plaats vallen en een found footage film met een leuk concept en verstand van zaken ingeblikt wordt, blijkt het plots erg moeilijk om je een effectievere griezelfilm voor de geest te halen. Er zijn voorbeelden zat in de populaire cultuur. The Blair Witch project blies in 1999 vriend en vijand omver met het sobere, maar verrassend overtuigende relaas van een handvol filmstudenten die in de bossen verdwenen waren tijdens het onderzoeken van een lokale heksenlegende. Paranormal Activity volgde een koppel dat ’s nachts geteisterd werd door een nietsontziende demon, en had genoeg aan een camera op een statief en de suggestie van een onzichtbare entiteit om mensen wereldwijd de stuipen op het lijf te jagen.

Ook op de kerkhoven van de minder bekende film vind je enkele found footage pareltjes terug. Het huiveringwekkende The Borderlands volgt een vertegenwoordiger van het Vaticaan die op het Britse platteland op zoek is naar een goddelijk mirakel en het tegenovergestelde opgraaft. Het resultaat? Een claustrofobie aanval van jewelste en een einde waar ik nog steeds spontaan kippenvel van krijg. Hetzelfde geldt voor het Australische The Tunnel, waarin een cameraploeg gaat kijken waarom tientallen daklozen in de verlaten metrotunnels onder Sydney spoorloos verdwijnen. Jawel: nachtmerries. Ook uit het land down under: Lake Mungo, een valse documentaire over een verdronken meisje dat nog steeds lijkt rond te dwalen, waarvan de clue op zich genoeg is om enkele nachten naar het plafond te staren. Wat hebben deze films met elkaar gemeen? Dat ze ultrarealisch overkomen. Het is, zonder overdrijven, nét echt.

blank

En daar zit het geheim van een geslaagde found footage prent: het is nét echt. Dat is meteen ook de reden waarom fans van gore en expliciete beelden minder te vinden zijn voor dit soort films. Want nét echt betekent logischerwijs weinig visuele effecten en bijgevolg meer ruimte voor suggestie. Wie zijn verbeelding aan het werk kan zetten, heeft in feite genoeg aan overtuigende acteurs en een angstwekkend uitgangspunt om een beklemmend avondje te griezelen. Als je het gevoel hebt dat wat je ziet ook in werkelijkheid kan gebeuren, ga je automatisch iets oncomfortabeler over je stoel zitten schuifelen. Willow Creek doet dat zelfs met héél weinig middelen. Twintig minuten lang kijken we onafgebroken toe hoe een koppel bigfootjagers met stijgende angst en verbazing naar de geluiden rondom hun tent luisteren. Je hebt geen idee wat er gaande is, maar net dat maakt de situatie zo huiveringwekkend.

En de minder geslaagde found footage film dan? Wel, die lijdt aan één van de volgende twee symptomen. Oftewel wordt er teveel getoond, waardoor het oh zo belangrijke levensechte effect uit de vergelijking gehaald wordt. Meteen ook de reden waarom Exists het minder goed doet dan Willow Creek, al gaan beide films in principe over hetzelfde onderwerp. Of wat dacht je van de geestenjagerflick Grave Encounters, die zo vlijtig met computereffecten in het rond strooit dat je niet anders kan dan in de lach schieten. Het andere symptoom is iets moeilijker in woorden te vatten en heeft alles te maken met het huwelijk tussen concept en uitvoering. Een schaduw op de slaapkamermuur is na honderd keer niet langer voldoende; sommige ideeën vereisen een iets originelere aanpak. Voor een film die hier vlekkeloos in slaagt, zie het eerder vernoemde The Borderlands. Een film die dat niet doet? As Above So Below.

blank

Ze zijn gemakkelijk om te maken en in sommige gevallen verdomd effectief… logisch dus dat de markt overspoeld wordt door found footage films allerhande. Zelfs de game industrie is er niet ongevoelig voor. Kijk naar het succes van Outlast, een game die volgende maand eindelijk een verdiend vervolg krijgt aangemeten. Toch kan found footage in het virtuele landschap nooit hetzelfde effect teweegbrengen als op het witte doek. De beslissende factor hier is controle. Als gamer heb jij altijd het personage in kwestie onder de duimen. Jij bepaalt waar je naartoe gaat, hoe snel je dat doet en welke richting je ondertussen uitkijkt. Die mate van controle resulteert in een vorm van (subtiele) geruststelling. Jij bent de baas en neemt de beslissingen. Bijgevolg kan je nooit de indruk krijgen dat wat je voor je ziet, echt aan het gebeuren is. Films kunnen je onderbewustzijn nog op de één of andere manier in de luren leggen, games niet.

Toch zijn er titels genoeg die het willen proberen. Dat kan puur esthetisch zijn, zoals in Slender: The Arrival. In die game keek je niet rechtstreeks door de ogen van het personage, maar volgde je de gebeurtenissen via een cameralens – altijd zichtbaar dankzij het batterij-icoontje en de timer rechtsboven op het scherm. Echt veel voegde deze functie niet toe, al zorgde het wel voor een vorm van overlap met de YouTube found footage reeks die als inspiratie dienst deed: Marble Hornets. Outlast pakte het allemaal iets concreter aan door je camera om te toveren tot een werktuig. Je had dat ding (en dan vooral de nachtvisiemodus) nodig om in de aardedonkere spelomgevingen je weg te vinden en je moest dus continu teren op de minder heldere, maar vaak cruciale pixels van je camera. Kan het nog beter? Daar twijfel ik persoonlijk niet aan. Het is immers slechts een kwestie van tijd voor VR zich komt moeien en dan…

Tja… Dan ben jij degene die letterlijk voor het noodlottige beeldmateriaal zorgt dat later door een nietsvermoedende ziel gevonden wordt. Tot volgende maand.